De herfst. Het is zo’n seizoen dat je elk jaar opnieuw verrast. Het kleurenpallet in het bos is fantastisch. Het begint met de Amerikaanse eiken en langzaamaan kleurt de rest van de bomen ook. Rood, geel, bruin, groen: in het bos, in je tuin. En terwijl je over het grindpad van de oprit loopt en het knispert onder je schoenen, voel je weer dat zachte duwtje van de natuur dat zegt: rustig aan, joh. De wereld draait ook zonder jouw to-do lijst.
En die wereld om je heen draait overigens dan wel een beetje door, dat kun je ook wel stellen. Zorg om en voor je ouders – iets tussen liefde, plicht en zorg – vraagt elke week weer een nieuwe combinatie van geduld, pijn en verdriet. Op het werk dendert de rat-race ondertussen vrolijk door: “Turbo aan, reflectie uit.” Je probeert dapper mee te rennen, maar het is domweg ook wel eens te veel. Te vol. Die agenda, die mailbox, amper tijd om adem te halen. Van kop tot staart volgeboekt. Ik geniet er nog een soort van ook. Het lijkt wel of ik er energie van krijg.
Hoewel….. er zijn gelukkig ook van die eilandjes van ontspanning, die iets anders laten ervaren. Een wijnproeverij in Zwolle met vrienden van de Rotary: fijne mensen, mooie gesprekken, en wijnen waarvan je de namen later niet meer precies weet, maar de gezelligheid des te beter.
Met je dochters een potje jeu de boules spelen in Utrecht op zaterdagmiddag, waar vooral duidelijk wordt dat er niemand talent heeft (behalve de oudste van de tweeling natuurlijk), maar iedereen plezier. Het vervolg die avond in Utrecht, eten in een omgebouwde kerk waar het orgel nog pontificaal aanwezig is en waar mijn grootmoeder (ze moest eens weten) vroeger haar psalmen zong. En dan afsluitend samen met je dochters in een kroeg op het Neude met een kop thee, waar je weer even het gevoel hebt dat de wereld prima te doen is – zolang je maar met de juiste mensen om een tafel zit.
En op zondagochtend is er de kerkgang, die onverwachte oase in de week. Niet omdat je ineens heilig wordt (daar is veel meer voor nodig dan één uur stilte en bezinning), maar omdat het even een plek is waar je mag ademen, nadenken, zingen – of in elk geval zachtjes meebewegen – en waar de predikant af en toe precies de vraag stelt die je zelf net had weggeduwd. Inspiratie en rust, in een wereld die vooral heel hard probeert om allebei te ontkennen. Een wereld die alleen maar in uitersten, tegenpolen en verschillen denkt.
Kijk naar de landelijke politiek, zo kort na de onlangs gehouden verkiezingen. Een wedstrijd ver plassen of “Wie kan het hardst niet luisteren?”. Gekonkel, achterkamertjes, uitsluitingen alsof het een stoelendans is, en vooral veel eigen belang dat schaamteloos verpakt wordt als landsbelang. Je kijkt naar de debatten en denkt: tjonge, zelfs mijn dochters bij het spel jeu de boules kunnen beter samenwerken. En ook zij gooien de bal soms de verkeerde kant op. Net als ik overigens.
Misschien is dat ook waarom Theo Maassen zo goed binnenkwam, die zondagavond in het Spiegeltheater in Zwolle. Zijn voorstelling “Onbegonnen werk” draait om de vraag: rijpen we als maatschappij, of rotten we een beetje weg? Hij keek naar ons zoals je naar jezelf kijkt na een lange dag: mild, kritisch, soms wat wanhopig. Hij mist de tijd van ‘praatjes maken’, toen bumpers nog van rubber waren en mensen ook een beetje tegen een stootje konden en dat van elkaar accepteerden. Waarbij fake nieuws gewoon de Fabeltjeskrant was en we niet over "Designer Drugs" spraken, maar over een "broodje poep", omdat ome Willem dat zo nadrukkelijk zong.
Niet alles was even scherp – soms zat hij te mopperen, zoals Irene die net ontdekt heeft dat haar favoriete app op haar telefoon is geüpdatet en dan de basis functies niet meer kan vinden. En toch… ergens raakte Theo Maassen de kern: we botsen te weinig mét begrip en te veel mét verwijt.
En dan loop je weer door Heerde, onder een herfsthemel die alle kleuren tegelijk draagt, en je denkt: Misschien moeten we gewoon wat meer op die spreeuwen gaan lijken, die Maassen als achtergrond foto bij zijn optreden gebruikt. In beweging blijven. In groepen vliegen. Elkaar niet vermijden maar ook niet beschadigen. En soms, heel soms, gewoon even neerstrijken met een glas wijn, een spelletje, een preek die binnenkomt, of een avond vol grappen. Want tussen alle drukte, de zorg om mijn ouders, politieke soapseries en werkgedoe door, is er gelukkig nog genoeg dat niet rot. Maar juist prachtig rijpt. En dat is al heel wat.
Geniet van het leven, geniet van de kleur.
Geniet van elkaar, van vriendschap, van het bos en de herfst.

















Reactie schrijven
Edwin Reuling (woensdag, 19 november 2025 20:49)
Herkenbaar, en het overdenken waard.
We leven in een wereld, waarin het lijkt dat we in een sneltrein zitten.
Nog niet eens zo lang geleden reed je dan van station naar station en onderweg had je ruim de tijd om je leven in het gareel te houden. De afstand van de twee stations was groot. Niet hoeven haasten. Maar ondertussen is er een station bijgekomen. De trein blijft even hard rijden. Er is ook in dat tussenstation nog wat te doen. Geen probleem. Je neem het mee in je handelingen. Je doet het gewoon. Dan komen er plots twee stations bij. Een voor het middelste en een na het middelste. Ook daar moet het een en ander gebeuren. Ook daar ga je in mee. Het hoort erbij. Maar de trein blijft dezelfde snelheid houden en begintijd en de tijd bij het eindstation blijven gelijk als in het begin. En zo komen er meerdere stations bij. Overal is wat te doen en nog steeds ga je er voor. Hoeveel stations kun je nog hebben. De trein stopt op ieder station. Wanneer stap je in de trein die stations overslaan. Kom tot bezinnen. Elastiek rekt een heel eind. Tot dat het knapt. Soms is het goed om bepaalde stations niet meer aan te doen. Geen stoptrein meer, maar een intercity of uiteindelijk gewoon de sneltrein, die ook in dezelfde tijd rijdt, maar waarbij de rust weer is teruggekeerd. Onderweg weer genieten van de dingen die je passeer. Genieten van de vriendschap. Genieten van vrolijke gebeurtenissen. Genieten van elkaar. Stap niet meer in de trein die elk station aandoet.