Op deze plek schrijf ik regelmatig over mijn ouders en de situatie van mijn moeder. Hier is weer een update. Voor mij is het een manier om het wat van mij af te schrijven. Het is persoonlijk en toch publiceer ik het. Lees gerust mee: een keertje overslaan (als je het te veel prive vindt) kan natuurlijk ook.
Afgelopen weekend was er zo één dat je koestert. Een winters weekje in Nederland. Een witte wereld, prachtige beelden en heerlijk wandelweer. Met Irene genoot ik van een heerlijke wandeling. Mijn vader kwam, zoals elke maand, naar Heerde om even op adem te komen. Niet om te wandelen (hoewel hij graag het bos in had gewild). Dat gaat helaas echt niet meer. Met de stok of een rollator een klein stukje, maar… de mobiliteit is wat minder, zal ik maar zeggen. Het gaat wel op en af, want hij blijft trainen (trappenlopen in plaats van de lift naar/van zijn appartement op de 7e verdieping): het werpt nog vruchten af ook. Eigenwijs maar gedreven als hij is.
Een weekend in Heerde. In de watten leggen, op adem komen, verhalen vertellen, een goed glas wijn, herinneringen ophalen: uit de periode dat het nog goed was. Alles komt voorbij. De gierende lach van mijn moeder, de lol die we met elkaar hadden, de lange wandelingen die we maakten. Vaderlief: te gast in Heerde. Hij schuift aan bij het ontbijt alsof het vroeger is, en vindt in de kleine dingen weer wat lucht: een korte wandeling met de rollator, een goed gesprek, een grap die hij zelf halverwege vergeet, maar toch vol overtuiging vertelt, een bezoek aan de kerk. In dit geval mocht ik zelf voorgaan en preken. Weer een extra dimensie. Mijn vader geniet ervan. Kortom: een Quality weekend. Een vader-zoon moment dat we samen koesteren. Rijkdom. Hij 88 en ik ben net 61 jaar geweest 🤭. De jaren tellen.
Dit keer gebruikten we de zaterdag om naar het Kröller-Müller Museum te gaan. Ook dat is een traditie aan het worden. Een museumbezoek op zaterdagmiddag. We hebben in het afgelopen jaar al heel wat musea bezocht. Mijn vader wordt zowaar nog kunstliefhebber en kenner, al zal hij dat niet snel van zichzelf zeggen. De museum jaarkaart halen we er in ieder geval makkelijk uit. Deze keer dus op zoek naar Van Gogh. Voor hem (voor wie niet?) is van Gogh een van de klassiekers . Een grootheid, een man die kleur gebruikte alsof hij het leven zelf wilde vasthouden. Het was mooi om te zien hoe mijn vader met zijn rollator (in een rustig museum) langs de prachtige schilderijen schuifelt. De zonnebloemen, de aardappeleters en al die franse landschapjes.
Voor mij voelde het bijna symbolisch. Van Gogh schilderde vaak vanuit een wereld die voor anderen ongrijpbaar was. Een wereld die hij zelf soms niet meer kon ordenen. En toch bleef hij zoeken naar licht, naar zonnebloemen, naar een hemel die nooit helemaal donker werd. Voor mij werd het daar peinzend en kijkend naar mijn langs de schilderijen sjokkende vader, een metafoor voor hoe het nu met en rond mijn ouders gaat.
Met de eeuwige drang van Van Gogh om het licht te zoeken, zichtbaar in veel van die schilderijen die daar aan de muur hangen, wordt je als bewonderaar bijna in het schilderij gezogen. Je wilt naar binnen, je wilt het vastpakken, maar je verdwijnt met de penseel-streken in iets wat ongrijpbaar is. Het lijkt op het verlangen dat we als gezin hebben om mijn moeder vast te houden, verlangend naar het licht, naar een aanraking en naar een gezamenlijke herinnering en die gierende lach. Ze raakt echter steeds verder uit beeld: zoals een van de aardappeleters in die donkere kamer: amper nog te onderscheiden. Een beetje ver gezocht misschien, maar het voelt wel zo.
Het was een prachtige dag. Mijn vader genoot zichtbaar — van de schilderijen, van de rust, van het idee dat hij even niet hoefde te zorgen of te piekeren. We sjokten zelfs nog even door de besneeuwde beeldentuin. Prachtig. Een klein (verkleumd) roodborstje fladderde met ons mee. Een teken van hoop?
Als het over de uitzichtloze situatie met mijn moeder ging (tijdens ons bezoek) zei hij het steeds, de emotie wegslikkend: “We moeten door, Erwin.” Alsof hij zichzelf toesprak. Hij herhaalde het ook steeds als de situatie met moederlief aan de orde kwam. Alsof hij hoopte dat het leven hem zou horen.
Het weekend vloog net als het roodborstje voorbij en we besloten na terugkomst samen nog even naar mijn moeder te gaan. Dat doen we altijd, maar deze keer voelde het alsof we vanuit een lichte, open wereld een donkere kamer instapten. Eigenlijk was dat ook letterlijk zo. De gordijnen waren dicht, er brandde geen licht.
Mijn moeder gaat al een tijd achteruit. Ze herkent ons niet meer. Ze neemt nauwelijks nog deel aan activiteiten, die door de zorg worden georganiseerd. De laatste weken trekt ze zich steeds verder terug in zichzelf. Ze slaapt veel, komt bijna niet meer uit bed, en eet nog maar mondjesmaat. De zorg noemt het “de laatste fase van het dementie-proces”. En de troostend bedoelde woorden “we willen het zo comfortabel voor haar maken” klinken mooi en lief, maar ze doen ook pijn, omdat ze het ergste doen vermoeden. Woorden die je wel hoort, maar nooit echt wilt laten landen.
Toen we haar kamer binnenkwamen, lag ze in bed. Stil. Klein. Afwezig. Ze reageerde nauwelijks op onze stemmen, niet op mijn vaders hand op haar arm, niet op mijn aanwezigheid. Niet op Irene. Mijn vader stond naast haar bed en ik zag hoe de ontspanning van het weekend in één klap uit zijn schouders gleed. Hij zei niets. Hij hoefde ook niets te zeggen. De tranen biggelden over zijn wangen. Een kusje op het hoofd van mijn moeder, een aai over haar wang, nog een kusje, maar geen reactie.
Het was ontluisterend. En pijnlijk. Zoveel liefde, zoveel onmacht en zo ontzettend verdrietig. Misschien had ze een slechte dag, dat kan. Maar het past bij de lijn die we al weken zien: ze glijdt verder weg, stap voor stap, alsof ze langzaam een deur achter zich sluit die wij niet meer kunnen openen. Een donkere kamer, een vage schim aan de tafel, zoals van Gogh het zou schilderen.
Na meer dan zestig jaar huwelijk moet mijn vader afscheid nemen van iemand die er nog is, maar ook weer niet. Het is hier al zo vaak opgeschreven.
Hij begrijpt het niet altijd. Ik ook niet overigens,
Hij wil het ook niet begrijpen.
En wie kan hem dat kwalijk nemen.
Toch zegt hij steeds weer: “We moeten door.”
Het is zijn houvast.
Zijn manier om niet stil te vallen.
Zijn manier om te blijven liefhebben, zelfs nu dat liefde geven vooral loslaten betekent. En toch.... het hart wordt niet dement en misschien is dat wel net het haakje dat het loslaten zo moeilijk maakt.
Waarom ik dit opschrijf? Niet om te dramatiseren. Daar is de situatie al dramatisch genoeg voor. Ik denk dat het goed is om te delen wat er gebeurt. Omdat het helpt om woorden te geven aan iets dat eigenlijk geen woorden heeft.
En omdat verdriet draaglijker wordt wanneer het niet alleen gedragen hoeft te worden. Als mensen snappen, waarom je soms bij het minste of geringste plotseling vochtige ogen hebt. Het doet pijn om je ouders zo te zien.
We houden de familie, onze vrienden en jou als lezer op de hoogte.
En we houden elkaar vast, op de manier die nog kan.
En ja — we moeten door.
Maar soms mag je ook even blijven staan. Even naar dat roodborstje aan de voeten van mijn vader kijken.
















Reactie schrijven
Joke Vrolijk (zaterdag, 17 januari 2026 19:42)
Ontroerend!
Mar en nies (zaterdag, 17 januari 2026 21:01)
Liefs , ook wij leven mee ❤️
Paul R.M. Hakkennes (maandag, 02 februari 2026 14:09)
Een prachtig beleving om met jou/ jullie deze dag door te gaan.
Het sluit zo mooi aan zoals wij je vader en moeder kennen. Veel sterkte met het doorgaan. Carla en Paul
Hans van der Wal (zondag, 14 juni 2026 15:13)
Erwin,
Ontroerend Erwin, zoals je schrijft over je vader en moeder. Het loopt over ook van.liefde en zorg. Jullie hebben zulke fantastische ouders en zij hebben zulke geweldige kinderen. Grote woorden?
Misschien, maar zij geven wel mijn gevoel
weer voor jullie gezin. Ik vind het een
voorrecht om met jullie bevriend te zijn,
ook al zien we elkaar veel minder