· 

To Die For....

To Die For. Het is een mooie engelse titel. Je moet hem (deze blog lezend) maar niet te letterlijk nemen: "om voor te sterven". In het het Nederlands wordt dat direct wat zwaar beladen. Als je op internet naar een vertaling of synoniemen zoekt, krijg je iets in de sfeer van “om van te watertanden”, “om weg te dromen” of “zo goed dat het bijna niet normaal is”.

 

Dat zijn dan overigens kwalificaties die absoluut niet van toepassing zijn op hetgeen Irene en ik afgelopen dinsdag in Zwolle meemaakten. We hadden er echt zin in: Een avondje theater na twee bijzondere weken. Ons 40 jarig huwelijk en een groot feest dat we gaven, een begrafenis in Monaco en dat allemaal in combinatie met (voor mij) een zakelijke mailbox en agenda die zo vol zitten, dat ik dag en nacht zou kunnen werken. En dat laatste gebeurt dan misschien ook wel. En dat schrijf ik dan met niet eens het schaamrood op de kaken: je bent een workaholic of niet….

 

Een avondje theater is dan een mooie vorm van afleiding en ontspanning. Opera deze keer. We houden ervan. Een Comedy stond er in de aankondiging. Het leek ons wel wat: “to die for…” - om van te watertanden.

 

En toch: soms begint een avond al met een fluistering die je eigenlijk niet wilt horen. Zo’n zacht stemmetje dat zegt: dit wordt hem niet. Irene en ik liepen het Spiegeltheater binnen, zoals gezegd: verwachtingsvol. De zaal — nog geen kwart gevuld — voelde echter als een early warning. Alsof de lege stoelen ons iets wilden vertellen.

 

We gingen zitten. Het licht doofde. En toen begon het: een man die in het donker zingend overeind schiet uit zijn bed, terwijl zijn vrouw en zijn schoonmoeder (gekker hoef je het niet te bedenken) naast hem liggen te slapen. Hij schiet overeind: niet door een visioen, niet door een aria vol wanhoop, maar omdat hij trek heeft in… leverworst.

Leverworst als ouverture. Je moet het maar durven. Irene en ik keken elkaar aan. Zo’n blik die zegt: we houden van opera, maar dit… dit is net iets anders.

 

Het verhaal, zo bleek later, was een satirische tragikomedie over een man die overweegt zichzelf van het leven te beroven — en een stoet aan opportunisten die hem aanspoort dat vooral in hún naam te doen. Een realityshow-presentator die het live wil uitzenden. Een priester die alvast het requiem oefent. Een schrijfster die een bestseller ruikt. Het was grotesk, luid, absurd, en vooral: overvol. Een opera die zichzelf (wat ons betreft) voortdurend overschreeuwde. Wel goed en knap gezongen overigens.

 

In de pauze dronken we onszelf met het aangeboden drankje nog wat moed in, maar… het besluit was snel genomen. We kunnen beter naar huis gaan. Soms is weggaan geen vlucht, maar zelfbehoud. Alzo geschiedde.

 

En toch bleven die titel en het thema van dat stuk in mijn hoofd rondzingen: To Die For…

Niet vanwege de opera, maar omdat hij ineens een andere, scherpere betekenis kreeg toen ik vrijdagmiddag vanuit Eindhoven op weg naar Heerde langs Vianen en Houten reed. Aan die plekken kan ik niet voorbij rijden zonder even bij mijn ouders langs te rijden. Ik schrijf er vaak over op deze plek: mijn liever ouders. Ze hebben (om maar even terug te komen op die opera) niets met theater. Niets met schone schijn. Niets met applaus, spotlights of dramatische gebaren. En toch staan ze nu midden op een soort toneel dat ze nooit hebben willen betreden. Een theaterstuk dat je niet mee wilt maken. Een stuk zonder regisseur, zonder decor, zonder uitweg (en in ieder geval ook: zonder leverworst). 

 

Vaderlief zit na een ziekenhuisopname al meer dan acht weken in een revalidatiecentrum in Houten. Ervenstaete noemen ze het. “Staete” is een veelgebruikt Nederlands achtervoegsel dat wordt gebruikt bij de naamgeving van voorname en statige gebouwen. Het geeft een gebouw een bepaalde status of uitstraling. Het beeld dat de naam “Staete” oproept klopt dan overigens helemaal niet bij de op elkaar gestapelde containers die ze dan zorginstelling "Ervenstaete" noemen. Nu wil ik in dit geval niets over de zorg zeggen, maar als je een paar dagen in zo’n leeg en doods gebouw zit, wordt de letterlijke vertaling van “to die for” toch passender dan de associatie die het begrip “om van te watertanden” oproept.

 

Mijn vader zit er al een paar maanden.

Hij verveelt zich.

Hij wacht.
Hij is uitbehandeld (tenminste: zijn revalidatie traject is afgerond; hij kan weer wat lopen, schuifelen is het eigenlijk)
En hij vreest, net als wij, dat de indicatie voor een verpleeghuis niet komt.

 

Dan moet hij terug naar zijn stille huis.

Een huis dat ooit vol leven was, maar nu vooral gevuld is met echo’s uit een verleden, foto’s en waar wellicht 2 keer per dag (misschien wel meer) de thuiszorg zijn steunsokken komt aan- of uittrekken. .

 

Een plek waar de dagen lang zijn en bewegingsruimte ook zeer beperkt.

 

Voordat ik naar Houten reed, ook langs moederlief in Vianen.

 

Mama …. verdwaald in dementie. Amper nog te bereiken. In een mensonterende toestand waarin de ziel los is geraakt van de wereld. Als je leven zo moet eindigen? Ik spreek haar in de stille kamer aan. Hi mams, dag moeke.. ze kijkt even op. Een lieve glimlach en dan draait zich weer van mij af (in een soort foetushouding op haar bed).

 

Wat blijft er over van waardigheid?

Van keuze?

Van menselijkheid?

Niets om van te watertanden in ieder geval...

 

De opera probeerde een tragikomedie te zijn. Dat lukte voor ons niet echt. De echte tragikomedie speelt zich af in zorginstellingen, revalidatiecentra, verpleeghuizen. Daar waar mensen wachten. Waar systemen stroperig zijn. Waar families machteloos toekijken.

Waar liefde botst op bureaucratie, op budgetten en verzekeraars en een zorgsysteem dat failliet is.

 

Mijn ouders zouden nooit in een toneelstuk optreden. De schijnwerpers opzoeken (hoewel.... mijn moeder in haar goede dagen 😉❤️). Maar ze maken toch ook deel uit van een theaterstuk waar je niet vrolijk van wordt. Niet in een absurdistisch stuk met leverworst en reality-tv, maar in een stille tragedie die niemand wil zien — omdat hij te echt en te pijnlijk is.

 

En toch is er liefde.

En zorg.

En nabijheid.

En de kleine momenten waarop mijn (sombere) vader even glimlacht.

Of mijn moeder mijn hand nog net een seconde langer vasthoudt.

 

Misschien is dat het enige wat ons staande houdt in dit ongevraagde theaterstuk, waarin we in de pauze niet eens weg kunnen of willen: dat we blijven zorgen, blijven liefhebben, blijven vasthouden

 

Zonder applausbord.

Zonder decorwissel.

Zonder schone schijn. Alleen maar menselijkheid.

 

In zijn meest kwetsbare vorm.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 2
  • #1

    Marloes (zondag, 26 april 2026 15:04)

    Wat een prachtige column. Zo eerlijk en rauw. Verbinding tussen het dagelijkse en soms stilstaande leven leggend. Je beschrijft een voor mij heel angstig toekomstbeeld.
    Als dat beeld werkelijkheid wordt wil ik die werkelijkheid echt niet meer meemaken… Het leven is dat al mooi genoeg geweest… Dank je wel erwin voor het delen van hetgeen jou en Irene en je gezin bezig houdt.
    En nog van harte gefeliciteerd met jullie 40 jarige huwelijk. Wij tikken deze zomer de 54 jaar aan, al 58 jaren samen�

  • #2

    Menno (zondag, 26 april 2026 17:23)

    Tamelijk deprimerend stukje, Erwin - ondanks de kleine nuance aan het slot.
    Van een voorstelling is makkelijk weg te lopen, bij het echte leven is dat minder eenvoudig.
    C'est la vie...