· 

Tegen de tijd in

Er zijn van die periodes waarin je denkt dat je de tijd kunt managen. Niet de agenda, niet de werkzaamheden, maar de tijd zelf.

De afgelopen maanden leek het soms net of ik dat probeerde. Leven in een roller coaster. In het werk waar ik leiding geef aan een stafeenheid met 7 afdelingen. Schakelend tussen deze 7 clubjes. Een vertrokken afdelingshoofd waarnemen en het managen van de dynamiek die dat met zich meebrengt qua personele problematiek, inhoudelijke vraagstukken en alles waar een manager doorgaans een dagtaak aanheeft. Maar ook tijdelijk het management van een zeer omvangrijk programma erbij doen. Een overlegje hier, een besluit daar, een deadline die wat meer aandacht nodig heeft. Je weet het wel. Alles belangrijk. Alles urgent. Alles nú. En alsof dat nog niet genoeg is: Nog wat bestuurlijk- en vrijwilligerswerk in de avonduren erbij. Voor dag en dauw naar Bilthoven en 12 uur later weer zo’n beetje naar huis (voor het avondprogramma). Heerlijk! Ik leef ervan, ik leef erop. Ik geniet ervan. Al jaren eigenlijk. En mensen die daarbij zorgelijk vragen hoe ik dat dan allemaal doe, beantwoord ik meestal schouderophalend met een zin, waar in ieder geval het thema "hoog energie-niveau" wordt geadresseerd.

 

In al die hectiek en energievreters zit natuurlijk iets verraderlijks. Want drukte heeft een eigen aantrekkingskracht. Het werkt een soort verslavend. Het geeft energie, betekenis, adrenaline zelfs. De voortdurende stroom van vragen, problemen en verantwoordelijkheden voelt als bewijs dat je ertoe doet. Alsof het leven zich afmeet aan de snelheid waarmee je agenda vol loopt. Het heeft misschien wel met status te maken. “Hoe gaat het met je?” Het antwoord moet dan zijn: “Goed hoor, druk, heel druk…”.

De drukte: Het levert een vorm van dagvulling en gedrag op, die je nog echt leuk vindt ook. Het is een verslavende vorm van levendigheid.

 

Totdat je ontdekt en ervaart dat je vooral heel druk bent met het vullen van de tijd. Niet met het beleven ervan. Je fladdert door het leven, door het werk, door de vergaderingen, zonder verbinding te maken. Die gedachte drong zich zeer nadrukkelijk aan me op tijdens *Anima Obscura* van het Scapino Ballet, dat ik vrijdag met Irene bezocht. Een voorstelling die zich beweegt langs een van de oudste menselijke obsessies: de droom van onsterfelijkheid. Los van dat thema: ik heb nog nooit zoiets indrukwekkends in een theater gezien. Wat een pracht, wat een muziek, wat een beelden, wat een onroerend en overweldigend verhaal… Het applaus na het optreden hield minuten lang aan. Een aanrader voor een ieder die van ballet en klassieke muziek houdt!

Eeuwenlang hebben mensen gezocht naar manieren om de dood te slim af te zijn. In mythen, religies, alchemie, wetenschap en technologie. Altijd hetzelfde verlangen in een andere verpakking: langer leven, sterker worden, verdwijnen voorkomen.

In het Spiegeltheater zagen we die zoektocht voorbijtrekken in een overweldigende stroom van beelden. Duistere rituelen. Wetenschappelijke experimenten. Lichamen die de grenzen van het menselijke lijken te overstijgen.

 

Maar gaandeweg begon ik iets anders te zien. Die zoektocht gaat eigenlijk niet over de dood. Ze gaat over controle.

Over onze moeite om te accepteren dat het leven eindig is. Dat het zich niet laat vastzetten, optimaliseren of permanent veiligstellen. Dat alles wat waarde heeft juist kwetsbaar is omdat het voorbijgaat.

 

Misschien is dat wel de grootste paradox van ons bestaan.

We proberen het leven te beschermen tegen vergankelijkheid, terwijl juist die vergankelijkheid het leven betekenis geeft. De muziek van Brahms maakte dat besef nog scherper. Zijn muziek heeft niets van een overwinning op het noodlot. Geen triomf over de tijd. Geen belofte van eeuwigheid. Wat je hoort, is iets veel moedigers. Acceptatie, aanvaarding. Alsof iedere muzikale gedachte zegt: dit moment is genoeg. Niet omdat het blijft, maar omdat het voorbijgaat.

 

Terwijl de laatste noten door de zaal zweefden, moest ik denken aan mijn eigen leven, aan mijn loopbaan, aan het feit dat ik op 1 december stop met werken. Dat klinkt soms groter dan het is. Alsof er een deur dichtgaat naar een wereld die decennialang bepalend is geweest. Maar misschien is stoppen niet zozeer een einde als wel een erkenning van iets dat altijd al waar was. Dat het leven uit fases bestaat.

En dat geen enkele fase bedoeld is om eeuwig voort te duren. Toch merk ik hoe diep de reflex van controle zit. Hoe gemakkelijk je jezelf vertelt dat je nog even door moet. Nog dit project. Nog deze verantwoordelijkheid. Nog deze periode.

 

Alsof waarde ontstaat door onmisbaarheid. Maar wat als dat een misverstand is? Wat als de belangrijkste vraag niet is hoeveel we doen, maar hoeveel we werkelijk ervaren of hoeveel we er kunnen zijn voor de ander? Die gedachte krijgt in deze dagen nog een andere lading omdat mijn vader dit weekend (eindelijk) verhuist naar een verpleeghuis. Naar dezelfde plek waar mijn moeder al woont. Zij “op de gesloten afdeling” en hij twee verdiepingen hoger. Op schuifel-afstand. Zo'n moment van verhuizen laat zich niet plannen, versnellen of uitstellen. Lees ook de vorige blog.

Het gebeurt gewoon. Omdat de tijd doorgaat. Omdat ouder worden geen project is dat je kunt managen, maar een werkelijkheid die zich ontvouwt.

 

En zo komen verschillende lijnen samen. De dansers op het toneel. De stapel werk op mijn bureau. Mijn ouders. Mijn naderende afscheid van het werk. Allemaal herinneringen aan dezelfde waarheid: het leven beweegt altijd verder. Niet ondanks zijn eindigheid, maar dankzij die eindigheid. Misschien is de zoektocht naar onsterfelijkheid daarom uiteindelijk een indrukwekkende omweg. We denken dat we meer tijd nodig hebben.

Maar misschien verlangen we eigenlijk naar meer aanwezigheid. Meer aandacht. Meer bewustzijn. Meer echte verbinding. Meer leven in de tijd die ons gegeven is.

 

De echte tegenstelling is misschien niet die tussen sterfelijkheid en onsterfelijkheid. Maar tussen bezig zijn en aanwezig zijn. Tussen vullen en beleven. Tussen denken dat iets belangrijk is en ontdekken wat werkelijk van betekenis blijkt te zijn.

Een volle agenda kan belangrijk lijken. Een vergadering. Een rapport. Een deadline. Maar aan het einde van een mensenleven (als w het dan toch over deadlines hebben) zijn het zelden die dingen die blijven resoneren. Dan gaat het over gesprekken. Over nabijheid. Over liefde. Over muziek. Over een wandeling over de Renderklippen (de hei in onze omgeving), langs de IJssel, een wandeling zonder bestemming, over dat wat je voor een ander hebt betekend. Over een kop koffie waarvoor je eindelijk de tijd neemt.

 

Misschien is dat wel wat Brahms mij die avond in het Spiegeltheater influisterde. Dat de schoonheid van een symfonie niet schuilt in haar laatste noot die uitblijft, maar juist in het feit dat die laatste noot “ooit” klinkt. Dat eindigheid geen gebrek is, maar een voorwaarde voor betekenis.

 

En dat stoppen met rennen soms geen verlies is, maar een terugkeer. Niet weg van het leven. Maar er juist dichter naartoe.

 

Tegen de tijd in. Met Brahms als kompas. Ik kijk uit naar 1 december.

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Marianne (zaterdag, 13 juni 2026 08:29)

    Wat een mooi blog heb je weer geschreven! Ik realiseerde me bij het lezen dat onze levens dit jaar compleet tegenover gesteld waren: jij met een agenda en verplichtingen die je volledig beheersten, ik met (noodgedwongen) een klein en overzichtelijk leven met lege agenda. Hoe het is om daarin “aanwezig” te zijn ga ik de 25e op de club vertellen! Het raakt aan deze overpeinzingen van jou